Verwijsinformatie

Print

Vanaf 1 januari 2012 is de diëtist vrij toegankelijk. Dit betekent dat mensen ook zonder verwijsbrief van een (huis)arts bij ons terechtkunnen. Toch heeft het nog steeds onze voorkeur als u een patiënt met een verwijsbrief naar ons doorverwijst.

In een verwijsbrief kunt u bijvoorbeeld relevante labwaarden of aanvullende informatie geven die voor ons tijdens de behandeling van meerwaarde kunnen zijn. Op deze pagina leest u welke gegevens wij graag van u ontvangen.

Relevante gegevens

In een verwijsbrief kunt u, naast persoonlijke gegevens en de reden van doorverwijzing, eventuele relevante labwaarden vermelden. Een verwijsbrief is alleen geldig met de verwijsdatum en uw handtekening.

Aandachtspunten

Voedselallergie

Wanneer er is getest op voedselallergie(ën), wilt u bij de verwijsbrief dan de uitslagen van het onderzoek vermelden? De indeling kan in klassen maar ook in kU IgE/liter.

Ook wanneer er andere testen zijn uitgevoerd, zoals een provocatietest, is het voor ons goed om te weten hoe deze zijn verlopen.

Eetstoornissen

Bij een patiënt met een eetstoornis wordt de (huis)arts aanbevolen minimaal een keer laboratoriumonderzoek te laten doen. In onderstaande tabel staat aangegeven welk laboratoriumonderzoek van toepassing is. (Bron: werkgroep Voedingsinterventie Eetstoornissen)

Standaard minimaal een keer bepalen bij een eetstoornis
Leuko’s, Hb Lichte leukopenie en anemie bij ondervoeding
Na, K, bicarbonaat, Cl Verstoord bij braken
Ureum, creat Kunnen verhoogd zijn bij ondervoeding en/of dehydratie
ASAT, ALAT Kunnen stijgen tot 2x de normaalwaarde bij ondervoeding
Totaal eiwit, albumine, glucose Hypoglycemiën
Fosfaat, magnesium  

 

Onderliggende ziekten opsporen
Leuko’s, Hb, tromo’s hematologische ziekte, B12-tekort
BSE onderliggende ziekte (infectie, auto-immuun)
NA, K M. Addison
Ureum, creat Nierinsufficiëntie
ASAT, ALAT Leverinsufficiëntie
Glucose diabetes mellitus
TSH Hypothyreoïdie

Refeeding-syndroom

Is er sprake van een risico op het refeeding-syndroom, dan kalium, natrium, fosfaat, magnesium, ureum, kreatinine en albimine goed volgen.

Wie loopt risico op het refeeding-syndroom?

  • Patiënten met een eetstoornis.
  • Patiënten met een zeer snelle gewichtsdaling bij overgewicht.
  • Patiënten met zeer ernstig ondergewicht, om welke reden dan ook.
  • Patiënten die ondervoed zijn, dit kunnen bijvoorbeeld ook ouderen of juist hele jonge kinderen zijn die slecht eten.

Wanneer u het vermoeden heeft van refeeding, dan willen wij u vragen om telefonisch zo spoedig mogelijk met ons contact op te nemen. Wij kunnen dan snel een afspraak maken met uw patiënt. De juiste voedingsbegeleiding is bij het refeeding-syndroom namelijk uitermate belangrijk. Bij kinderen kan het tevens wenselijk zijn om door te verwijzen naar de kinderarts voor eventueel verder lichamelijk onderzoek.

    Bel mij terug