Short bowel-syndroom

Print

Wat is het short bowel syndroom?

Bij het short bowel syndroom functioneert nog maar een klein deel van de dunne darm. Terwijl de dunne darm normaal 5 meter lang is, werkt hij er maar 2 meter of minder van. Dit is vaak het gevolg van een operatie of ongeval.

In de dunne darm worden voedingsstoffen aan het lichaam afgegeven, en wanneer de dunne darm grotendeels afwezig is of niet functioneert dan kan er een tekort aan voedingstoffen ontstaan. Dit wordt ook wel malabsorptie genoemd. Gelukkig zijn de dunne en de dikke darm flexibel en kunnen ze taken van elkaar overnemen. Een aantal maanden of jaren na de operatie of het ongeval zullen de klachten verminderen.

Wat zijn de verschijnselen?

Er bestaan symptomen op die op korte termijn tot uiting komen en symptomen die pas na een langere tijd opspelen.

De symptomen die op korte termijn kunnen voorkomen zijn:

  • Gewichtsverlies of ondervoeding
  • Regelmatig waterdunne of vettige ontlasting (diarree)
  • Vermoeidheid
  • Dorst
  • Vitamine- en mineralentekorten

Op de lange termijn kunnen ook voorkomen:

De rol van voeding bij het short bowel syndroom

Welke voeding bij het short bowel syndroom geschikt is, hangt af van de ernst van de klachten en de lengte van het resterende deel van de dunne darm. Een persoonlijk advies is daarom noodzakelijk. Hieronder staan een aantal algemene tips.

Waar kun je op letten?

  • Gebruik kleine maaltijden verspreid over de dag. De darmen kunnen te veel voedsel tegelijk niet goed verwerken, waardoor diarree verergert.
  • Drink 2 liter vocht per dag, zodat je uitdroging voorkomt.
  • Heb je (ernstige) last van diarree, dan kan het voorkomen dat je extra zout nodig hebt. Drink in dat geval bouillon of gebruik een ORS-oplossing (poeder opgelost in water met zouten en suikers). Neem hiervoor contact op met de huisarts of diëtist.
  • Doordat de dunne darm kleiner is kan deze minder vet opnemen. Eet daarom niet te veel vetrijk voedsel. Je kan bijvoorbeeld gebruikmaken van producten met middellange vetzuurketens (MCT). Dit is een goede energievervanger voor het gewone vet in de voeding. MCT zitten onder andere in palm(pit)- en kokosolie.

Soms is er extra aanvulling nodig van bepaalde vitamines of mineralen. Ook kan er drinkvoeding of sondevoeding worden voorgeschreven om tekorten aan te vullen. Je kunt dit bespreken met je huisarts of diëtist.

Voeding opbouwen

Direct na een operatie waarbij een groot deel van de dunne darm is verwijderd krijg je voeding binnen via de bloedbaan (parenterale voeding). Dit zorgt ervoor dat je snel aansterkt en voorkomt tekorten. Hierna zal geleidelijk aan worden overgegaan op sondevoeding of drinkvoeding, waardoor de darmen weer op gang komen.

Wanneer je kunt starten met vaste voeding, bouw dat dan geleidelijk op met behulp van een voedingsschema. Hierbij kun je rekening houden met de bovenstaande voedingsadviezen.

Wat kan de diëtist betekenen?

Een diëtist kan helpen om de voeding volwaardig te maken en advies geven over voedingsmiddelen die de klachten verminderen. De ernst van de klachten verschilt per persoon, zo ook de eventuele tekorten in de voeding. Samen met een diëtist kun je nagaan welke producten voor jou geschikt zijn.

Diarree kan het eten en drinken lastiger maken, waardoor het risico op ondervoeding bestaat. Een diëtist kan je algemene tips geven en samen met jou een persoonlijk dagmenu opstellen.

Wanneer contact opnemen?

  • Heb je het short bowel syndroom?
  • Onderga je binnenkort een operatie waarbij het risico op het short bowel syndroom aanwezig is?
  • Verlies je ongewenst gewicht?
  • Heb je een eentonige voeding en weinig eetlust?
  • Heb je last van diarree, vermoeidheid of andere klachten?

Neem dan vrijblijvend contact op voor een kennismakingsgesprek. Vaak blijkt er nog veel mogelijk om de voeding te verbeteren en daarmee de klachten te verminderen.

Links

Maag Lever Darm Stichting