Er zijn zeer veel verschillende soorten nieraandoeningen of nierziekten. Soms ligt de oorzaak direct in de nier, maar er kan ook elders in het lichaam een probleem zijn waardoor je nieren achteruitgaan.
Bij vrijwel alle nierziekten kun je vroeg of laat te maken krijgen met nierfalen (nierinsufficiëntie): de nieren kunnen hun functies niet meer goed uitvoeren. De mate van nierinsufficiëntie is bepalend voor het behandelingstraject.
In de beginfase van nierfalen kan het zijn dat je nog nergens last van hebt. Als er al klachten zijn, zijn die vaak weinig specifiek. Denk bijvoorbeeld aan:
Om een goede diagnose te stellen zijn bloed- en urineonderzoeken nodig.
Eén van de functies van onze nieren is het uitscheiden van afvalstoffen via de urine. Als je nieren minder goed werken, worden de afvalstoffen niet allemaal uitgeplast en blijven ze achter in het bloed.
Door je voeding aan te passen, kun je voorkomen dat er (te) veel afvalstoffen aangemaakt worden en in het lichaam achterblijven. Soms kun je zelfs de achteruitgang van de nierfunctie vertragen.
Wat voor dieet je moet volgen, hangt af van de mate waarin je nieren (niet meer) functioneren. De diëtist kan je informeren welke voedingsstoffen voor jou van belang zijn en hoeveel je ervan mag (of juist moet) gebruiken.
De diëtist zal je huidige voeding beoordelen en berekenen hoeveel voedingsstoffen je binnenkrijgt. Vervolgens kan ze in overleg met jou een persoonlijk dieetadvies opstellen dat is afgestemd op je eetgewoonten, wensen en omstandigheden.
Het dieetadvies bij nierfalen kan ingrijpend zijn. Ook de diagnose zelf roept soms allerlei vragen of angst op. De diëtist kan hier samen met jou op ingaan. Goede uitleg en aandacht voor persoonlijke omstandigheden zijn belangrijk om het dieet vol te houden. De diëtist kan je hierin begeleiden en steunen.
Ook al zijn de klachten misschien nog beperkt, dan kan dit toch een goed moment zijn om contact op te nemen. Door je voeding bijtijds aan te passen, is de achteruitgang van de nierfunctie soms aanzienlijk te vertragen.