Doe je aan (top)sport, dan worden je prestaties beïnvloed door wat en hoeveel je eet. Of je nu aan duur-, kracht- of spelsport doet. Met name koolhydraten, eiwitten en vocht hebben een directe invloed op de sportprestatie.
Het is extra belangrijk dat de hoeveelheid energie die je verbruikt in balans is met de hoeveelheid energie die je via voeding binnenkrijgt. Hoeveel energie je precies nodig hebt, is erg persoonlijk.
Hoeveel je als sporter per dag minimaal nodig hebt, staat hieronder aangegeven. Let op: dit is minimaal. Door de verhoogde inspanning is er vaak extra energie en dus voeding nodig.
Iemand die wekelijks drie maal intensief traint of een wedstrijd speelt gedurende 1-2 uur.
| 200 gram (4 opscheplepels) | groente |
| 3 stuks | fruit |
| 6-7 sneetjes | brood besmeerd met halvarine of 210-245 gram ontbijtgranen |
| 4-5 opscheplepels | aardappelen, rijst of pasta |
| 3 glazen | melk(producten) |
| 2 plakken | kaas |
| 125 gram | vlees, vleeswaren of vis bereid in 1 eetlepel bak- en braadproduct of olie |
| 1,5-2 liter | vocht (zoals melk, water of thee) |
Koolhydraten zijn de snelste en belangrijkste bron van energie. Bovendien bevorderen ze de concentratie en houden ze je spieren in stand. Koolhydraten leggen een voorraad van energie aan in de spieren (spierglycogeen) en lever (leverglycogeen). Als een sporter lang en intensief beweegt, zal het lichaam uit deze voorraden zijn energie halen. Een optimale koolhydraatintake is dan ook van belang.
Hoeveel koolhydraten heb je nodig?
Waar kun je verder op letten?
Het lichaam heeft eiwitten nodig voor opbouw en herstel van weefsels. Het is niet zo dat eiwitsupplementen je spiermassa vergroten. Gebruik je als krachtsporter een volwaardige voeding met iets meer eiwit (ei, melk en vlees) dan normaal (1,4-2,0 gram per kilo lichaamsgewicht), dan krijg je voldoende eiwit binnen.
Voordat je met sporten begint, is het belangrijk dat je een goede vochthuishouding hebt. Wacht dus niet tot je dorst hebt, maar drink in ieder geval 2-3 uur van tevoren 400-600 ml vocht. Een tekort aan vocht kan namelijk leiden tot prestatieverlies en uitdroging. Tijdens het sporten heb je verder iedere 15-20 minuten zo’n 150-350 ml vocht nodig.
Er zijn verschillende sportdranken op de markt: hypotone sportdranken, isotone sportdranken en hypertone sportdranken. Wanneer kun je welke sportdrank drinken?
Tijdens het sporten transpireer je meer dan normaal, vooral als het warm is. Hierdoor gaat veel water en zout verloren. Het is dus belangrijk dat je voldoende drinkt.
Hoeveel vocht je nodig hebt, hangt af van persoon tot persoon. Je kan dit berekenen aan de hand van de hoeveelheid vocht die je verliest:
Vochtverlies tijdens de inspanning (liters) = gewicht voor inspanning (kg) – gewicht na inspanning (kg) + hoeveelheid gedronken liters
Vermenigvuldig je vochtverlies met 1,5, en je weet hoeveel extra je moet drinken.
Wat gebeurt er als je te weinig drinkt?
Pas wel op: te veel vocht drinken zonder mineralen kan ook problemen geven. Kies daarom bij voorkeur voor een drank met een minimale hoeveelheid koolhydraten en mineralen zoals een isotone sportdrank.
Als sporter kun je te maken krijgen met verschillende voedingsgerelateerde problemen: maag- en darmklachten, hypoglycemie en eetproblemen.
Misselijkheid, braken, een opgeblazen gevoel, steken in de zij, diarree of obstipatie: dit soort klachten zijn vervelend en kunnen het sporten erg moeilijk maken. Om deze maag- en darmklachten te voorkomen is het belangrijk om je laatste grote maaltijd minimaal twee uur voor het sporten te eten.
Heb je geen tijd om 2 uur voor het sporten een grote maaltijd te eten, neem dan een tussendoortje, en wacht met de grote maaltijd tot na het sporten. Een tussendoortje eten kan nog tot een halfuur voor het sporten. Neem bijvoorbeeld een bakje yoghurt met muesli, een boterham met vruchtenhagel, een pakje Sultana, een eierkoek, ontbijtkoek of fruit. Neem liever geen vette tussendoortjes zoals een mars: die bevatten namelijk veel vet waarvan je juist maag- en darmklachten kunt krijgen.
Bij een laag suikergehalte (hypoglycemie) krijg je last van hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid of een stinkende adem. Dit kan optreden wanneer de voorraad koolhydraten (glycogeen) op is. Tijdens het sporten worden namelijk veel koolhydraten verbruikt. Hoe zwaarder en langer de inspanning, hoe meer opgeslagen koolhydraten er worden gebruikt. Om een hypoglycemie te voorkomen, is het belangrijk om voldoende koolhydraten te nuttigen. Op de pagina over [link]hypoglycemie vind je meer tips.
Als sporter moet je vaak in een bepaalde gewichtsklasse zitten. Het lijkt wel alsof een laag gewicht nodig is om normaal te kunnen presteren. Hierdoor kan het zijn dat je extra gevoelig bent voor het ontwikkelen van een eetstoornis.
Klachten die kunnen optreden zijn chronische vermoeidheid, verminderde eetlust, meerdere blessures, vertraagde wondgenezing en -herstel, een droge huid en droog haar, menstruatiestoornissen, stemmingswisselingen en angst voor gewichtstoename.
Stop deze gevoelens niet weg. Het is belangrijk dat als je bovenstaande klachten bij jezelf herkent, je dit met iemand bespreekt. Dit kan je coach, moeder, vriend of vriendin zijn. Heb je het idee dat je een eetstoornis ontwikkelt, zoek dan hulp bij een professional zoals je huisarts, psycholoog of diëtist.
Een diëtist is een deskundige op het gebied van voeding en alles wat daarmee te maken heeft. Hij of zij kan je helpen om je voeding zo goed mogelijk af te stemmen op de inspanningen die je levert. Je bekijkt samen wat je voor, tijdens en na het sporten moet eten of drinken om optimaal te presteren.
Heb je last van maag- en darmklachten of hypoglycemie? Een diëtist kan je advies geven om dit tegen te gaan. Ook wanneer je te veel druk voelt om een laag gewicht te bereiken, kan een diëtist je coachen om hiermee om te gaan. Een diëtist geeft allerlei praktische tips en stelt samen met jou een persoonlijk dagmenu op.
Neem dan vrijblijvend contact op voor een kennismakingsgesprek. Vaak blijkt er veel mogelijk om de voeding te verbeteren en zo een optimale sportprestatie neer te zetten.