Kinderen van twee tot vier jaar krijgen steeds meer een eigen willetje. Ze gaan je uittesten en zeggen steeds vaker ‘nee’. Ze voelen precies aan waar jouw zwakke plek zit. Jij wilt graag dat ze hun bordje leeg eten, en dat weten ze, dus doen ze het juist niet. Eten wordt een machtsmiddel.
| 1-2 opscheplepels | groente |
| 1,5 stuk | fruit |
| 2-3 sneetjes | brood besmeerd met halvarine |
| 1-2 opscheplepels | aardappelen, rijst of pasta |
| 2 glazen | melk(producten) |
| 0,5 plak | kaas |
| 50-60 gram | vlees, vleeswaren of vis bereid in 1 eetlepel bak- en braadproduct of olie |
| 0,75 liter | vocht (zoals melk, water of limonade) |
Peuters zoeken grenzen op, zeker ook met eten. Ze willen zelf bepalen of ze hun bordje leeg eten of niet. Ze gaan je steeds meer uitdagen. Vaak lukt het niet ze alles te laten eten wat ze op een dag nodig hebben. Dit is normaal. Maak je niet te veel zorgen over tekorten, want een peuter heeft reserves.
Probeer er aan tafel geen machtsstrijd van te maken. Zo blijft het gezellig, en merkt je peuter dat hij geen extra aandacht krijgt als hij of zij niet eet. Hij houdt er op den duur dan vanzelf mee op.
Als je kind zijn bordje niet leeg heeft gegeten en in de avond honger krijgt, geef hem dan niets extra’s. Nu weet hij: als ik te weinig eet, ga ik daar last van krijgen. Hierdoor zal hij de volgende keer waarschijnlijk beter eten.
Wanneer je volop varieert met eten, zorg je ervoor dat je peuter alle gezonde stoffen binnenkrijgt. Wissel bijvoorbeeld aardappelen af met rijst of pasta en brood met cornflakes. Bij groente en fruit is die afwisseling extra belangrijk. Elke soort bevat namelijk weer andere voedingsstoffen die je kind nodig heeft om te groeien en bewegen.
Heeft je peuter voor het eerst een kiwi geproefd, maar vond hij deze niet lekker? Laat hem het dan een week later nog een keer proberen. Het duurt namelijk even voordat hij aan de nieuwe smaak is gewend. Houd dus vol en geef het niet te snel op.
Pas op met zout, want bij kleine kinderen zijn de nieren nog niet goed in staat om zout te verwerken. Voeg daarom geen zout toe aan het eten.
Kinderen jonger dan vier jaar hebben een vitamine D-supplement nodig. Vitamine D haal je deels uit voeding, en deels maakt je huid het zelf aan onder invloed van zonlicht. Maar bij jonge kinderen kan de huid het nog niet goed aanmaken. De hoeveelheid die ze nodig hebben, kunnen ze niet alleen uit voeding halen. Geef je kind daarom dagelijks een aanvulling van 10 mg vitamine D. Vitamine D-supplementen zijn te koop in de vorm van capsules en druppels.
Gebruikt je kind opvolgmelk? Dan is extra aanvulling volgens de nieuwe richtlijn van 2011 ook nodig.
Wat kinderen op jonge leeftijd leren, daar hebben ze hun hele leven profijt van. Andersom geldt dat ook: geef je ze veel zoete en energierijke vruchtensappen, dan is de kans groter dat ze dit patroon doorzetten in de rest van hun leven. Hierdoor lopen ze een groter risico op overgewicht, en het is bovendien slecht voor het gebit.
Laat je kind daarom wennen aan minder zoete smaken. Kies voor verantwoorde tussendoortjes zoals:
… en dranken zoals:
Natuurlijk mag je kind best een keertje snoepen, maar probeer er geen gewoonte van te maken. Beperk het bijvoorbeeld tot het weekend.
Veel peuters hebben problemen met eten. Probeer het aan tafel gezellig te houden en maak er geen machtsstrijd van. Slecht gedrag kun je het beste negeren, en goed gedrag belonen. Blijven de problemen aanhouden? Of maak je je zorgen of je kind wel genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt? Dan kun je contact opnemen met de huisarts of diëtist.
Het kan voorkomen dat je peuter van bepaalde voedingsmiddelen een allergische reactie krijgt. Hij krijgt bijvoorbeeld eczeem of buikkrampen. Wanneer je de voedingsmiddelen waar hij last van heeft niet meer te eten aanbiedt, kunnen er soms tekorten ontstaan. In dat geval is het verstandig contact op te nemen met de huisarts en de diëtist.
Wanneer je peuter langere tijd te veel of de verkeerde dingen eet, kan hij te zwaar worden. Bedenk bij jezelf: jij bent degene die bepaalt wat en hoeveel hij mag eten. Probeer de dagelijkse hoeveelheden aan te houden zoals die hierboven staan genoemd en kies voor verantwoorde tussendoortjes. Komt overgewicht veel in de familie voor? Dan kan je kind hier aanleg voor hebben. Houd in dat geval zijn voeding extra goed in de gaten.
Je peuter heeft geen groeiachterstand, koorts of andere klachten, maar wel last van dunne ontlasting? Dan is er sprake van peuterdiarree. Bij een peuter zijn de darmen nog niet volledig ontwikkeld, waardoor er sneller diarree ontstaat. Een gezonde voeding is daarom voor deze kinderen extra van belang. Lees hier meer over op de pagina peuterdiarree.
Een diëtist is een deskundige op het gebied van voeding en alles wat daarmee te maken heeft. Ze kan je handreikingen geven om met het slechte eetgedrag van je peuter om te gaan.
Ook kan een diëtist je peuter spelenderwijs gezonde eetgewoonten aanleren. Ten slotte geeft ze advies wanneer je peuter te veel weegt of allergisch is.
Neem dan vrijblijvend contact op voor een kennismakingsgesprek. Vaak blijkt er van alles mogelijk om de voeding van je peuter te verbeteren en de strijd aan tafel te voorkomen.